Visie: onze kijk op werk

Leestijd ca. 9 minuten

Onze kijk op Werk

Al voordat de mensheid bestond, werd er samengewerkt en waren er dus formele of informele organisaties. Eeuwenlang waren dit kleine groepjes, pas tijdens de industriële revolutie groeiden zij explosief tot honderden of duizenden mensen die er iets van moesten zien te maken naast de stomende en ronkende machines. Met het groeien van die groepen, ontstonden er allerhande formele en informele systemen om grip te krijgen op al die mensen en processen. In ruim een eeuw tijd ontwikkelden talloze wetenschappers, denkers en goeroes ideeën en methoden om al dat gedoe op de werkvloeren te structureren en te optimaliseren. De invloed daarvan zien we nog steeds in de kantoortuinen en op de werkvloeren.

Als we vandaag een balans opmaken voor de staat waarin werken zich bevindt, ontstaat er een gemengd beeld.

Om te beginnen, staan mensen al lang niet meer naast die herrie makende machines. We werken in steeds meer gecultiveerde, veelal kantoorachtige omgevingen in bedrijven en andere organisaties die almaar maar groter en groter worden. De productiviteit is er hoger dan ooit, wat naast al die managementmethoden ook komt door de technologische revolutie die zich op hoog tempo blijft ontwikkelen.

Mensen hebben het beter dan ooit tevoren. En toch is werk te vaak een bron van onvrede. Mensen klagen steeds meer openlijk en wisselen vaker van baan. Te weinig mensen gaan echt met plezier naar hun werk, te weinig mensen presteren echt optimaal. En te veel mensen zijn gefrustreerd, voelen zich ondergewaardeerd of belanden in een burn-out of bore-out.

Ook als je kijkt naar onderzoeken, is het beeld niet erg rooskleurig. 68% voelt zich gedemotiveerd, slechts 12% zegt ‘de organisatie haalt het beste uit mij’, 78% zou harder werken als ze zich meer gewaardeerd zouden voelen, 28% is op zoek naar een andere baan en één op de zes komt terecht in een burn-out. En dit is maar het topje van de ijsberg der cijfertjes.

Is het belangrijk? Dat die mensen niet helemaal happy zijn?

Als je die vraag een eeuw geleden gesteld had, was het antwoord simpel: helemaal niet! Mensen waren destijds niets anders dan een levend onderdeel van het productieproces, een verlengstuk van de machines. Die stalen stomers maakten de dienst uit; zij bepaalden het werktempo, de werkvolgorde en de kwaliteit van de geproduceerde producten. De mensen waren wel nodig maar totaal uitwisselbaar. Alleen hun spieren deden ertoe. Ging er zo’n mens kapot? Dan werd ‘ie datzelfde kwartier nog vervangen.

Als je diezelfde vraag vandaag de dag stelt, ziet dat antwoord er anders uit. Tegenwoordig zijn het de mensen die de meeste waarde toevoegen in onze economie die voor driekwart draait op innovatieve dienstverlening. Het zijn de mensen die die diensten verlenen en die de creativiteit hebben die nodig is voor die innovatie. We hebben hen ook voor veel meer nodig dan alleen voor hun spierkracht. Het zijn vooral hun hersenen die van belang zijn. En die zijn niet zomaar te vervangen door een ander willekeurig stel want ze bevatten een groot deel van de kennis, kunde en ervaring die we nodig hebben om onze bedrijven drijvende te houden.

Wil je meer dan het schip drijvende houden? Wil je groeien? Wil je succes? Vroeger bouwde je dan een extra fabriek en kocht je meer machines. Wat extra handen eraan, meer productie en huppakee, de groei was er. Dat is tegenwoordig toch echt wel anders. Meer mensen staat echt niet gelijk aan groei. Je hebt nieuwe producten en diensten nodig. Een andere kijk, een nieuwe benadering of een betere implementatie van iets bekends. Het gaat tegenwoordig dus niet meer om kwantiteit maar om kwaliteit. That’s a totally other ballgame.

Als je meer kwaliteit wilt van je mensen, is hun happiness niet zomaar iets; het is van levensbelang! Want zij leveren alleen kwaliteit als zij zich bevinden in een werkomgeving waar zij die kwaliteit kunnen en willen leveren. KUNNEN en WILLEN leveren. Hun inzet is het verschil tussen een drijvend schip en een ijsbreker. En die inzet is pas optimaal als zowel de individuele medewerkers als de gehele organisatie echt lekker in hun velletjes zitten.

Werk kan beter.

Er zijn allerlei redenen waarom werk beter kan. Ten eerste slepen we een hoop onzin mee uit lang vervolgen tijden. Het zijn dus de mensen die ons succes bepalen. Tegelijkertijd werken we nog te vaak vanuit systemen en paradigma’s die ontstonden tijdens de gloriedagen van de industriële revolutie. Die werkten toen al matig tot slecht, laat staan vandaag de dag nu die factor mens veel belangrijker is dan destijds.

Er zijn meer systeemfouten. Zo wordt er vooral extrinsiek gemotiveerd terwijl intrinsieke motivatie veel sterker is. Macht is in organisaties geconcentreerd en het gezegde dat macht corrumpeert klopt. Werving van nieuwe mensen gebeurt uitsluitend op kennis en ervaring terwijl ook andere zaken belangrijk zijn. En het procesgerichte management krijg veel meer ruimte dan het mensgerichte leiderschap. En zo zijn er nog wat weeffouten op de werkvloer.


De Toekomst van Werk

Maar we komen in beweging. Er is duidelijk een ontwikkeling zichtbaar: de factor mens wordt steeds belangrijker gezien op de werkvloer. Ook al dringt dat besef nog niet erg diep door in de maatschappij, we staan momenteel aan de vooravond van een revolutie; morgen zal werk op andere uitgangspunten gebaseerd zijn dan gisteren. Het zal tijd kosten maar die weeffouten zullen uiteindelijk recht gestreken worden. De toekomst van werk ziet er mooi uit, zowel voor organisaties als voor individuele medewerkers.

Organisaties zullen een beter beeld hebben van waar zij voor staan en waar zij voor gaan. Zij zullen duidelijker doelen stellen en die doelen ook eenvoudiger halen. Zij zullen succesvoller zijn. Daarbij zal de rol van de mensen die die organisatie vormen steeds meer op waarde worden geschat en zullen organisaties zich ontwikkelen zodat het rendement van die factor mens groter wordt. De mensen zullen beter presteren.

En dat met meer plezier. Mensen zullen blijer zijn met hun werk, met de rol die zij vervullen in de organisatie en met het resultaat wat zij samen leveren. Zij zullen zich beter gewaardeerd voelen en meer het idee hebben bij te dragen aan wat er samen bereikt wordt. Ze zullen zelfs meer vruchten plukken van de harde arbeid.

The future of work is bright.


Werkvloerverbeteraars

Het aantal denkers, goeroes en onderzoeken over en naar werk stijgt maar door. Ook storten vele werkvloerverbeteraars zich op de markt. Trainers, coaches, auteurs en adviseurs te over; voor elk probleem is er wel een oplossing. En voor elke oplossing wordt wel ergens een probleem gezien.

Die werkvloerverbeteraar vinden niet altijd een goede aansluiting bij de markt. De meeste specialisten hebben vanuit hun eigen kennis, ervaring en vaardigheden een bepaald verbeteringstraject ontwikkeld en daar gaan ze vervolgens een klant bij zoeken. Dat is zoiets als een pleister uit de verbanddoos trekken en op zoek gaan naar een bijpassende kwaal.

Andersom speelt er iets vergelijkbaars; organisaties die een oplossing zoeken, vinden die zelden. Want hoe ga je ooit de juiste pleister vinden in een verbanddoos die uitpuilt met tienduizenden pleisters die allemaal net even anders zijn?

Daarnaast is er in organisaties simpelweg te weinig kennis en begrip over wat er precies aan de gang is in hun eigen organisatie. Ze zien wel bepaalde symptomen van een probleem maar er kan geen fatsoenlijke diagnose worden gesteld. Vervolgens worden er wel pleisters geplakt maar die genezen de kwaal niet; alsof je je grote teen verbindt als je last hebt van een blindedarmontsteking.

Om echt verschil te kunnen maken op de werkvloer, moeten er dus eerst een paar andere zaken opgelost worden. Organisaties hebben betere diagnoses nodig én de juiste pleister.

Ondanks het groeiend aantal werkvloerverbeteraars gaat de verbetering op de werkvloer dus best traag. Een deel van de cijfers wordt zelfs slechter; zo stijgt het aantal burn-outs maar door. Hoe kan dat dan als een steeds uitdijende groep mensen zich er mee bemoeit?

Om te beginnen wordt er te weinig kritisch gekeken naar de maatschappelijke paradigma’s rondom werk. We zijn gewoon te doen wat we doen zonder ook maar een enkele vraag te stellen. Dat geldt niet alleen voor de mensen in die organisaties maar dat geldt ook voor een fors deel van al die adviseurs en andere werkvloerverbeteraars. En voor de opleidingen. De status quo is een resultaat van de manier van kijken en werken van allerlei maatschappelijke organen waaronder opleidingen. Om het erg cru te zeggen: de ellende is deels het resultaat van de manier waarop we mensen leren dat het moet. Kortom: gevestigde partijen zijn doorgaans conformisten en van hen is weinig tot geen vernieuwing te verwachten.

Dan naar de mensen die wel buiten de gebaande paden durven te gaan. Een fors deel van hen zijn monodenkers; mensen die zich helemaal op één speerpunt richten en daarin het ei van Columbus vinden. Dat ene onderwerp is de bron van alle kwaad en als het de wereld uitgewerkt wordt, zal alles beter zijn, zo is het idee. Zo simpel steekt de wereld niet in elkaar. Helaas.

Dan zijn er de middelendenkers; mensen die denken hét juiste middel in handen te hebben. De trainers die de beste training ontwikkelen, de scrum’ers, agile’ers en lean’ers die de beste manier van werken kennen etc. etc. Het werken vanuit middelen heeft de enorme handicap dat dat middel verheven wordt boven een eerst te stellen doel. Als je enige gereedschap een hamer is, ziet alles eruit als een spijker.

Nog een belangrijke groep vormen de revolutionairen. Mensen die de problemen en hun oorzaken wel degelijk zien en daarmee dus veel verder zijn dan de conformisten. De revolutie is hun oplossing: alles moet anders! Hun oplossingen gaan zo ver dat er een organisatie ontstaat waarin je nauwelijks iets herkent van het gangbare; echt alles wat we met ons allen gewend zijn, ligt overhoop. Deze vormen zijn slechts voor een minuscuul deel van de organisaties bruikbaar. En voor een groot deel van de mensen die daar werken, is die vreemde manier van organiseren vaak een ver van mijn bed show. Ook hebben die disruptieve organisatievormen (nog) vaak te veel nadelen zoals onzeker makende onduidelijkheid of een verpletterende sociale druk.


BUZZBEE

En dan komt er weer een werkvloerverbeteraar op de proppen: BUZZBEE. Wat moeten we daar dan mee? Die stapt vast weer in één van die valkuilen. Het zou wel erg vreemd zijn als dat niet zou gebeuren. Is BUZZBEE anders? Dat kan toch niet? Misschien wel…

Stap 1: zien dat werk beter kan. Da’s niet erg spannend, dat zien talloze mensen. Als je je een beetje verdiept in de materie, zie je bijvoorbeeld al snel dat de meeste cijfertjes niet positief zijn.

Stap 2: zien waarom werk niet beter is. Bij deze stap wordt de spoeling al dun. Er zijn erg weinig mensen die de status quo bewust bevragen; de meesten zijn er eerder een onderdeel van. Onderscheidend puntje nummero uno is binnen.

Stap 3: denken vanuit doelen en daar vervolgens de juiste middelen bij zoeken, inclusief de juiste poppetjes. Hier wordt de spoeling nog dunner. Veel dunner.

Stap 4: holistisch kijken naar organisaties. Want quick fixes bestaan niet; er zijn erg veel zaken die in organisaties samenhangen en als je aan het ene touwtje trekt, beweegt er van alles. Duurzame oplossingen brengen al die touwtjes met elkaar in balans.

Stap 5: oplossingen zoeken die aansluiten bij de dagelijkse praktijk van dit moment. Dus niet het complete systeem in de prullenbak gooien maar de slechte punten in het systeem elimineren en tegelijk dat wat wel werkt versterken. En zo een nieuw systeem bouwen wat mensen kunnen herkennen maar wat toch veel beter functioneert.

Stap 6: dat alles doen met een enorme drive en liefde, gevoed vanuit een diepliggend idealisme. We willen bouwen aan een toekomst waar mensen echt voelbaar beter presteren met meer plezier. Een toekomst waar die factor mens optimaal bijdraagt aan het succes van de organisatie waar zij deel van uitmaken. Een wereld waar mensen een goed gevoel hebben bij hun werk en werkgever.


BUZZBEE als evolutionair revolutionair

Over twintig of dertig jaar zal er anders gewerkt en georganiseerd worden dan nu. Het belang van de mensen zal dan beter gezien worden en als maatschappij hebben we tegen die tijd een beter beeld van wat we moeten doen om die mensen optimaal te laten presteren. Het werkplezier zal groter zijn, er zullen minder bore-outs en burn-outs zijn en mensen zullen meer het gevoel hebben bij te dragen.

Die voorspelling durven wij wel te doen.

De weg er naartoe zal bezaaid zijn met drempels, kuilen, hindernissen en andere ongemakken. Experimenten leiden tot fantastische overwinningen en grandioze mislukkingen.

Bedrijven die slagen, zullen er meteen de vruchten van plukken; hun klanten zullen talrijker zijn, hun waarderingen hoger en reputaties beter. Wie het eerst in de toekomst arriveert, profiteert als eerste en bouwt zo een voorsprong op ten opzichte van de rest.

Dát is wat we bij BUZZBEE doen: we helpen organisaties om als eerste in die toekomst aan te komen. Zodat ze toekomstige succesformules nu al om kunnen zetten tot concreet resultaat.

Hebben we dan een glazen bol? Een tijdmachine? Tuurlijk niet. Maar we hebben wel een voorsprong. Door te kijken, te zien, goed te diagnosticeren, holistisch te werken vanuit doelen met de juiste combinatie van middelen, te grote experimenten achterwege te laten en samen te werken met hen wie beter weten en kunnen. Zo vinden we de enige juiste pleister.

Op een manier zoals niemand dat doet. 

Meer BUZZview

Verbeter de Reputatie van je Bedrijf

— leestijd ca. 7 minuten — De bedrijfsreputatie is zohoo belangrijk voor jullie bedrijfssucces want een betere reputatie = meer tevreden klanten. Verbeter reputatie en lees over de verschillen met imago en identiteit.

winkelmand
Scroll naar top

Send this to a friend